contractzekerheid

Stijging aantal flexwerkers met contractzekerheid

Share!

Terwijl de krapte op de arbeidsmarkt verder oploopt naar nieuwe records, daalt het aantal werknemers met een onzeker flexcontract, zo melden CBS en TNO.

Het aantal werknemers met een flex-contract met relatief veel zekerheid, bijvoorbeeld mensen met een jaarcontract met uitzicht op een vast contract, nam in het eerste kwartaal van 2022 flink toe ten opzichte van een jaar geleden. Het aantal flexwerkers met een onzeker contract, zoals oproepcontracten, nam juist af. Dat melden het CBS en TNO op basis van een gezamenlijke analyse van de nieuwste gegevens over flexibel werk in Nederland.Het aantal werknemers met een ‘tijdelijk contract, met uitzicht op een vast’ – die door het CBS steevast als flexwerkers worden beschouwd – nam toe van 500.000 naar 570.000. Een toename van 14%. Het aantal werknemers met een tijdelijk contract van langer dan een jaar (387.000) nam toe met 15%.

Het aantal werknemers met een onzeker oproep- of invalcontract (868.000 werkenden) nam het afgelopen jaar 5% af. Het aantal uitzendkrachten bleef gelijk.

Aantal flexcontracten nog onder pre-coronaniveau. Aantal vaste banen juist flink hoger.
Ondanks de toename met 111 duizend is het totaal aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie nog steeds 17 duizend lager dan net voor de coronacrisis. Het aantal werkenden met een vast contract bleef gedurende de coronacrisis juist elk kwartaal stijgen en ligt dus flink boven het niveau van voor de coronacrisis.

Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Ook wanneer we wat meer uitzoomen in tijd zien we dat percentage werkenden met een vaste contract stijgt en dat binnen de groep ‘flex’ het vooral de groep ‘tijdelijk contract met uitzicht op vast’ stijgt (tussen 2014-2022 meer dan verdubbeld). Het percentage met ‘overige flexcontracten’ is tussen 2014-2022 gedaald van 27% naar 21,9%.

Krapte arbeidsmarkt blijft toenemen
De stijging van het aantal ‘zekere’ flexcontracten en daling van onzekere contracten heeft ongetwijfeld te maken met voortdurende – en nog steeds toenemende – krapte op de arbeidsmarkt. Dit stijgt naar een nieuwe recordhoogte. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend).

Een dergelijke krappe arbeidsmarkt kan werkenden meer onderhandelingsmacht geven voor een gunstiger contract. Voor werkgevers kan het een reden zijn om mensen aan zich te binden door gunstigere contracten te bieden. Een vast contract met vaste uren biedt de meeste zekerheid voor wat betreft werk en inkomen. Maar ook de verschillende soorten flexcontracten variëren in de mate van zekerheid. Aanstellingen met een langere looptijd, vaste uren en de afspraak dat de werknemer bij goed functioneren in vaste dienst komt (tijdelijk met uitzicht op vast) bieden voor flexwerkers meer zekerheid over hun inkomen en de toekomst van hun baan dan een aanstelling als oproepkracht zonder vaste uren of als uitzendkracht.

Toename banen. Uitzendsector springt eruit.
In het afgelopen kwartaal steeg het aantal werknemersbanen met 102 duizend, een toename van 1,2 procent. Het totaal aantal werknemersbanen kwam daarmee uit op 8 826 duizend. Dit zijn er meer dan ooit tevoren. Het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 26 duizend (1,1 procent) en kwam daarmee ook op het hoogste punt ooit bereikt (2 418 duizend). Ruim 1 op de 5 banen is een zelfstandigenbaan.

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Bron: Zipconomy

Follow our trail