schijnzelfstandigheid politiek

Politieke discussie rond schijnzelfstandigheid: wat betekent dit voor jou als zzp’er of opdrachtgever?

De politieke discussie over schijnzelfstandigheid, de handhaving van de wet DBA en nieuwe wetgeving voor zelfstandigen is volop in beweging. Op de laatste vergaderdag voor de feestdagen, heeft de Tweede Kamer het demissionaire kabinet opnieuw tot de orde. Wat verandert er per 2026? En waar sta jij?

Verlenging van de zachte landing in 2026, maar niet volledig

2025 was een overgangsjaar, vaak omschreven als een “zachte landing”. Na politieke druk is besloten die zachte landing in 2026 deels voort te zetten.

Concreet betekent dit dat in 2026:

  • geen verzuimboetes worden opgelegd
  • de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek in plaats van direct een boekenonderzoek
  • maar vergrijpboetes wél mogelijk zijn bij opzet of grove schuld

Daarmee is de zachte landing dus niet volledig verlengd, maar wel deels doorgezet.

Waarom handhaaft het kabinet en de Belastingdienst steviger op schijnzelfstandigheid?

De druk om schijnzelfstandigheid terug te dringen is groot, onder andere door afspraken die Nederland heeft gemaakt over arbeidsmarkthervormingen en de bredere wens om duidelijker grenzen te stellen aan schijnconstructies.

Tegelijk wil de overheid voorkomen dat goedwillende zelfstandigen en opdrachtgevers onnodig klem komen te zitten, vandaar de keuze voor risicogerichte controle en een aanpak die vaak begint met een bedrijfsbezoek.

Wat betekent dit voor jou als zzp’er of opdrachtgever?

1. Het grootste risico blijft: naheffingen loonheffingen

Als de Belastingdienst concludeert dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, kan zij bij de opdrachtgever naheffingen loonbelasting en premies opleggen.

Belangrijk:

  • naheffingen kunnen alleen betrekking hebben op werk dat is verricht ná 1 januari 2025

  • er kan dus niet worden nageheven over periodes vóór 2025

Dit blijft het grootste financiële risico voor opdrachtgevers, ook in 2026.

2. In 2026: wel kans op vergrijpboetes bij opzet of grove schuld

In 2026 geldt nog steeds: geen verzuimboetes, maar er kan wel een vergrijpboete worden opgelegd bij aantoonbare opzet of grove schuld. Dat gaat niet om “per ongeluk iets niet goed ingericht”, maar om situaties waarin je wist of had moeten weten dat het mis was, bijvoorbeeld door waarschuwingen te negeren.

3. De aanpak blijft risicogericht en vaak stapsgewijs

In 2026 blijft de Belastingdienst risicogericht handhaven. In veel gevallen betekent dit eerst een bedrijfsbezoek, daarna eventueel een waarschuwing en pas daarna zwaardere stappen zoals een boekenonderzoek.

4. Geen uitzonderingen per sector

Ook al is er in sectoren zoals zorg en onderwijs druk door personeelstekorten, de handhavingslijn is dat er geen sectoruitzonderingen komen.

5. Extra aandacht voor intermediairs en ketens

Werk je via bemiddelaars, brokers of andere inhuurconstructies? Dan is het extra belangrijk om scherp te zijn: de Belastingdienst benoemt in het handhavingsplan dat zij ook kijkt naar risico’s in inhuurketens en intermediairs.

Let op: risico’s gaan verder dan de Belastingdienst

Schijnzelfstandigheid kan ook gevolgen hebben buiten het fiscale domein. Denk aan claims of discussies over:

  • pensioen
  • cao-rechten
  • minimumloon
  • sociale zekerheidsrechten

Deze risico’s bestonden ook vóór 2025 al. Ze kunnen dus ook betrekking hebben op eerdere jaren.

Nieuwe wetgeving: Wet VBAR en initiatief Zelfstandigenwet

De opvolging van de huidige situatie is in voorbereiding. Er liggen twee sporen:

1. Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden)

De VBAR moet het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige verduidelijken en bevat ook het rechtsvermoeden. De behandeling loopt en het dossier staat onder tijdsdruk door afspraken en deadlines die gekoppeld zijn aan het EU Herstel en Veerkrachtfonds. In verschillende analyses wordt genoemd dat publicatie uiterlijk 31 augustus 2026 relevant is voor de Europese afspraken.

2. Zelfstandigenwet (initiatiefwetsvoorstel)

Daarnaast is er een initiatief vanuit VVD, D66, CDA en SGP voor een Zelfstandigenwet. Dit is nog in ontwikkeling en de inhoud en timing zijn minder concreet.

Rechtsvermoeden: snelle oplossing?

In de Kamer klinkt de roep om het rechtsvermoeden van werknemerschap sneller in te voeren. Dat betekent: wie onder een bepaald tarief werkt, wordt vermoed werknemer te zijn, tenzij het tegendeel bewezen wordt. Dit zou mogelijk sneller duidelijkheid geven, maar hierover is nog geen definitief besluit.

Jouw volgende stap

Voor jou als zzp’er of opdrachtgever in bijvoorbeeld overheid, IT of consultancy blijven de volgende punten in 2026 belangrijk:

  • Controleer je overeenkomsten en uurtarieven
  • Documenteer de zelfstandigheid van je werkwijze
  • Vermijd schijnzelfstandigheid door duidelijke afspraken

De handhaving op schijnzelfstandigheid wordt in 2026 niet ineens volledig “hard”, maar de ruimte voor zwaardere maatregelen bij ernstige gevallen neemt wel toe. Nieuwe wetgeving is onderweg, maar zolang die er nog niet is, blijft het belangrijk om opdrachten goed in te richten en je dossier op orde te hebben.

Follow our trail